Nieuws‎ > ‎

Ik probeer altijd mensen te helpen

Geplaatst 14 mrt. 2011 06:35 door Juan Willems
Duivel-doet-al Robert Velghe uit Bredene is vol van MEDIOS en voetbal

BREDENE/OOSTENDE  -  Bijna 67 is deze Bredenaar, maar van ophouden weet hij nog lang niet. Zijn favoriete stoel uitkiezen, dat kan hij niet, want "ik heb geen zittend gat." Aan het woord is Robert 'Bertje' Velghe.


Stel Robert een vraag en hij praat je helemaal murw, rad van tong als hij is. Het gesprek valt niet te stuiten. Meer dan nu en dan een thema opgooien kunnen we niet. Rouwig zijn we daar niet om, het maakt ons werk wat makkelijker...

"Ik kom oorspronkelijk niet uit Bredene," legt Robert uit, "maar ben in De Panne opgegroeid. We waren met vier broers en vier zussen : Maria, Lilianne, Georgette, Lucien, Jean-Claude, Jean-Marie, Martine en ikzelf. Twee broers, Georges en Gilbert, stierven helaas al vroeg. De zes die nog leven wonen nu verspreid over Zandvoorde, Bredene, Oostende en Ettelgem."

"Ik ging naar school tot mijn veertiende. Daarna deed ik vanalles wat : ik werkte in de vismijn, ik heb wat gevaren...In 1960 ging ik aan de slag bij de RMT. Dat heb ik maar liefst 37 jaar gedaan."

Iets waar je graag over vertelt is MEDIOS Oostende, de organisatie waar je je zeer intensief voor hebt ingezet.

"Met MEDIOS ben ik in 1990 in contact gekomen. Ik had nogal de gewoonte om na het werk een babbeltje te slaan met Maurice Corneille. Hij stelde me op een dag de vraag of ik geen zin had om op vrijdag te vertrekken met een humanitair konvooi naar... Roemenië. Ik zei ja, regelde een visum en zo vertrok ik voor de eerste keer in oktober 1990."

"In Roemenië was toen net de revolutie voorbij. (De Roemenen ontdeden zich in 1989 via een volksopstand van de communistische dictator Ceauçescu, PDG) Roemenië was dan wel westers georiënteerd geweest, het land vertoonde voor ons toch vele obstakels. Autosnelwegen bestonden er niet, en aan de grensposten moesten we voor 'cadeautjes' zorgen als we snel het land wilden in geraken. Belgische banken konden ons ook de Roemeense lei niet geven; die moesten we daar ter plekke zien te bemachtigen in ruil voor dollars of Duitse marken. Ook aan brandstof raken was een probleem : per stad had je maar drie staatstankstations, waar je nooit naar moest zoeken : de file erheen was kilometers lang."

Het bleef niet bij die ene keer...

"Toen we onze hulpgoederen daar gingen afleveren, stelden we vast dat voor de kinderen in de ziekenhuizen van antibiotica en melkpoeder geen sprake was. Er was nog heel wat kindersterfte. Dus stonden we daar zes maanden later terug met kits medicijnen die we hadden besteld in Nederland. Zo verdeelden we, geregistreerd, medicijnen aan wie het nodig had."

Jullie gingen echter nóg een stap verder.

"Op een dag bezochten een wezenschool waar 120 kinderen verbleven. De lokalen waren helemaal onderkomen en de verwarming voldeed ook niet. Met de hulp van Paul Ostyn hebben we toen de stap gezet om in Roemenië dingen te gaan repareren zoals elektriciteit, verwarming... Ooit reden we zelfs met een VTI-bus met 30 mensen erheen."

"Een andere keer hebben we een Roemeense jongen hier op de Zeedijk in Oostende voor ingenieur laten studeren. Een zeer intelligente jongen, en voor ons was het een voordeel dat we daar nu eindelijk iemand hadden die Nederlands verstond, én Roemeens."

"Ooit arriveerden we in een dorp  -  het was echt barslecht weer  -  waar in geen enkel huis verwarming aanwezig was. Je moet weten dat de mensen tijdens de communistische dictatuur voor gas, elektriciteit en water niet betaalden. Als ze het te warm hadden, zetten ze gewoon het raam open ! Na de dictatuur echter was die tijd voorbij. Elf dagen hebben we daar in de koude verbleven, samen met heel wat kinderen... Ook daar hebben we iets aan gedaan. Het heeft ons veel moeite gekost, maar we hebben er vier verwarmingsketels en een volledige verwarming geïnstalleerd."

"Dat vrijwilligerswerk heb ik 15 jaar lang gedaan. Vaak dachten we bij het vertrek 'Het was de laatste keer dat we ons verlof hieraan hebben opgeofferd', maar tegen de tijd dat we in Oostende aankwamen, wilden we meestal al weer terug."

Je was ook erg actief in het voetbal ?

"Och, ik heb nog bij VG Oostende gespeeld, en ben daar toen vertrokken, maar daar praat ik liever niet meer over. Ik wil geen mensen kwetsen. Ik heb me jarenlang ingezet voor de jeugdwerking van SV Bredene, dat nu weer goed bezig is. Ik heb een drietal jaar bij SK Snaaskerke gezeten, waar ik veel plezier heb gekend  -  ik moet er trouwens dringend nog eens op bezoek. Bij Middelkerke, waar ik nu actief ben, ben ik twee jaar trainer geweest, maar nu ben ik enkel nog vrijwilliger als het op eten klaarmaken aankomt. En op zondag ga ik een pot pakken met mijn vrienden. Ik zit daar graag."

"Ik heb enorm veel mensen leren kennen door het voetbal. Eigenlijk vind ik maar één ding belangrijk in het leven : dat ik iedereen nog recht in de ogen kan kijken, en vriendelijk tegen elkaar zijn. Ik mag overal nog terugkomen. En ik heb altijd mensen proberen te helpen."

En nu ?

"Ik bol nu nog wat uit bij mijn dochter Miranda, die frituur Liberty openhoudt in de Nieuwpoortsesteenweg 290 in Oostende. Ik ben nog maar pas terug Spanje, onze eerste reis sinds zeven jaar. Morgen mag ik nog wat uitblazen, en daarna ga ik er weer tegenaan in de frituur : frieten maken, bouletten, stoofvlees... Nee, stilzitten is niets voor mij. Ik heb geen zittend gat !"

(Pieter De Groote)

02-11-2007