Nieuws‎ > ‎

Gematigd positief over stedenband met Banjul

Geplaatst 14 mrt. 2011 08:17 door Juan Willems
OOSTENDE

Vorige week trok opnieuw een Oostendse delegatie naar de Gambiaanse hoofdstad Banjul, de stad waar Oostende een stedenband mee onderhoudt. Naast afvaardigingen van vijf scholen waren ook enkele gemeenteraadsleden in Banjul te gast. We peilden naar hun indrukken.

Door Hannes Hosten

Vijf secundaire scholen stuurden enkele leerlingen en leerkrachten mee naar Banjul : Ter Zee, het Sint-Andreasinstituut, het Vrij Technisch Instituut, KTA Hotech en het Maritiem Instituut Mercator. Daarnaast gingen zeven gemeenteraadsleden mee naar de Oostendse zusterstad : schepen van Ontwikkelingssamenwerking Tom Germonpré (SP.A), Myriam Azou (CD&V), Arne De Blauwe (SP.A), Daniël Dekeyser (Vlaams Belang), Wouter De Vriendt (Groen!), schepen Yves Miroir (SP.A) en Christian Verougstraete (Vlaams Belang). Ook voorzitter van de Stedelijke Raad voor Ontwikkelingssamenwerking Willy Sibiet reisde mee. De reiskosten voor de gemeenteraadsleden werden door het stadsbestuur gedragen voor één lid per fractie en voor schepen en delegatieleider Tom Germonpré. Bij Vlaams Belang en SP.A moest dus telkens één raadslid de reis zelf betalen.

"Het was een heel goeie ervaring voor iedereen", vindt schepen Germonpré. "Je kent de dossiers van op afstand, maar het is een meerwaarde om alles eens ter plaatse te bekijken. Ook het persoonlijke contact is van groot belang. We mogen zeggen dat we resultaten zien van onze inspanningen. Zo functioneert het computernetwerk, in 2007 geïnstalleerd door onze informaticaspecialisten, nu heel goed. Door de betere administratieve opvolging zijn de belastingsinkomsten er verviervoudigd. Ook in het ziekenhuis is heel goed werk geleverd. In samenwerking met Medios en de Oostendse ziekenhuizen werd de vrouwenafdeling van het Victoria Teaching Hospital helemaal gemoderniseerd."

We vroegen de raadsleden wat ze in Banjul geleerd hebben.

Myriam Azou : "Dat wij hier veel te druk bezig zijn (lacht). Ik vond het heel positief eens ter plaatse te kunnen beoordelen wat we daar aanbieden. Er is een en ander positief gebeurd en de mensen van het stadsbestuur worden door de samenwerking met Oostende ook bewust gemaakt van wat er nodig is om een en ander beter georganiseerd te krijgen. De dienst informatica leverde heel mooi werk en ook op het vlak van hygiëne en huisvuilophaling zou er veel verbeterd zijn, al kan ik niet vergelijken met vroeger. Maar in elk geval valt het heel goed mee voor een Afrikaans land. Ik hoor dat ook het ziekenhuis er veel properder op geworden is. Ja, ik was echt aangenaam verrast. Je ziet ook nog eens dat wij in een luxeland leven en dat zij alles aanpakken met eenvoudige middelen."

Arne Deblauwe : "De samenwerking tussen Oostende en Banjul gebeurt op een heel concrete, tastbare manier. Oostende bepaalt niet hoe het moet, maar alles wordt in overleg gedaan. Ik stond vroeger al positief tegenover de stedenband, maar door zelf eens mee te reizen, is het nu ook voor mij veel concreter geworden. Het was een interessante ervaring, ik heb veel bijgeleerd. Ook dat het stadsbestuur van Banjul soms met dezelfde problemen geconfronteerd wordt als wij. Zo zijn ze nu ook bezig met de planning van een jongerencentrum. En sommige noden  -  een zaaltje voor optredens, een zaaltje om te internetten  -  zijn dezelfde als bij ons."

Daniël Dekeyser : "Twee jaar geleden was ik al in Banjul en er is niet veel veranderd. Het is een heel sympathiek volk, maar op tijd komen moeten ze nog leren. De armoede is schrijnend en gaat er nog op achteruit. Alles wordt in het buitenland aangekocht, waardoor de eigen economie achteruit boert. Wat Oostende doet, is een druppel op een hete plaat. Andere landen pompen miljoenen in het land, maar Oostende kan zich dat niet veroorloven. Wij spelen missionaris zoals destijds de paterkes en de nonnekes."

Wouter De Vriendt
: "In Banjul zagen we veel armoede. Het is ook in ons belang dat de omstandigheden in Afrika verbeteren. De stedenband is een erg interessant instrument omdat de samenwerking en hulp rechtstreeks bij de bevolking terechtkomen. De Oostendse inspanningen zijn zichtbaar, maar we moeten alert blijven. Zo ligt er ondanks de huisvuilophaling nog altijd veel afval op straat, want publieke vuilnisbakken zijn er niet. Om samen met de collega's te bekijken hoe de samenwerking nog efficiënter kan, diende ik een vraag tot debat in voor de volgende gemeenteraad."

Yves Miroir
: "De steun van bijvoorbeeld Taiwan aan Banjul is van een veel grotere orde dan de steun van Oostende. Zij zetten er een scanner van meer dan 1 miljoen euro. Opvallend dat de stedenband met Oostende er toch heel sterk leeft, terwijl je van Taiwan niets hoort of ziet. Het verschil is dat wij steunen op het niveau van de kleinschalige zaken, die ze direct kunnen gebruiken. De verbeterde huisvuilophaling zie je echt in de straten. Banjul is nu een van de properste steden van Afrika. Ook het mangroveproject sprak mij aan. Er waren eerst plannen voor havenuitbreiding, maar mee onder ons impuls werd de rommel uit dit natuurgebied opgeruimd, waardoor er weer heel wat vogels leven en het toerisme aantrekt. Globaal gezien is mijn indruk van de stedenband heel positief."

Christian Verougstraete : "Ik sta kritisch positief. De ontwikkelingshulp van Oostende gaat naar de basis en dat vind ik goed. Ik sta kritisch tegenover ontwikkelingshulp omdat er vaak heel veel geld verkwist wordt, maar de Oostendse hulp aan Banjul komt terecht. De contacten met de raadsleden van Banjul waren ook erg positief. En natuurlijk is hun democratie niet vergelijkbaar met de onze, maar het belangrijkste is dat de mensen geholpen worden. Je moet alles door een Afrikaanse bril bekijken en wat geduld hebben. Maar wij moeten ook niet vanuit een nederige positie naar hen toe gaan. We mogen zeggen dat ze hier en daar een tandje bij moeten steken."

Eigenlijk was er nog een achtste gemeenteraadslid mee naar Banjul, maar in een andere hoedanigheid. Bart Plasschaert (CD&V) was een van de leerkrachten van de delegatie van het Sint-Andreasinstituut. "Ik was al drie keer in Banjul en zie twee positieve evoluties : het ziekenhuis ging er enorm op vooruit en de stad ligt er heel wat properder bij. Negatief is de corruptie die zeker niet afneemt. Op straat zag ik enkele keren mensen die ons geld wilden aftroggelen, iets wat we zes jaar geleden niet hadden. En er is ook een enorme brain drain : mensen met een diploma willen niet meer voor de overheid of in het onderwijs gaan werken. Ze kiezen voor de privé of voor het buitenland. Daardoor blijven heel wat zaken ter plaatse trappelen. Maar de stedenband blijft de moeite denk ik."

12-11-2010


Ċ
Juan Willems,
14 mrt. 2011 08:38